|
HOE MAKEN HONDEN ELKAAR HET HOF?
Bij honden bestaat een speciale vorm van ongelijkheid. Bij de mens zijn
zowel de man als de vrouw het hele jaar door seksueel actief. Bij veel
andere dieren komen het mannetje en het vrouwtje in een bepaalde korte
periode van verhoogde seksuele activiteit tegelijk in
voortplantingsconditie. Maar bij honden is het mannetje het hele jaar
door seksueel gereed, terwijl het vrouwtje maar twee korte perioden van
loopsheid heeft. Dat betekent, dat die arme reuen het grootste deel van
het jaar in een staat van seksuele frustratie verkeren. Dat is nog niet
alles. Wanneer dan de lang verwachte periode van loopsheid eindelijk
aanbreekt, is de teef ook nog de eerste tijd weinig toeschietelijk. In
feit zullen er slechts in het vroege voorjaar en dan nog eens in de
herfst een paar dagen zijn, waarin ze toenaderingspogingen van de reu
zal accepteren.
Dus voor de reu, die zo gelukkig is dat hij niet door zijn eigenaars
gecastreerd is, niet met geweld gedwongen wordt bij het zien van een
teef achter te lopen en niet achter slot en grendel wordt gehouden als
er een teef in de omgeving loops is en niet aangevallen en weggejaagd
wordt door rivalen en niet afgewezen wordt door de teef die kieskeurig
pleegt te zijn, voor die reu zal de seksuele frustratie slechts vijftig
van de 52 weken gelden. Voor alle andere zullen het 52 van de 52 zijn.
Ook teven kennen frustraties. Wanneer ze niet gesteriliseerd zijn
zullen ze vaak hun korte perioden van loopsheid thuis opgesloten moeten
doorbrengen, besprenkeld met antiloopsheid chemicaliën, of gedwongen
worden een soort hondse versie van de kuisheidsgordel te dragen.
De gelukkige die naar een dekreu wordt gebracht om te paren wordt in
haar vrijage beperkt tot wat bij de mens een "vluggertje"genoemd zou
worden. De eigenaar kan dat moeilijk kwalijk genomen worden. Als honden
seksueel hun gang konden gaan, zou de hele wereld overstroomd worden
door pups. Zoals de zaken nu staan, moeten er in asielen toch al elk
jaar duizenden overtollige honden worden afgemaakt.
Maar dit alles betekent, dat de details van de hofmakerij bij honden
niet zo vaak worden waargenomen als normaal het geval zou zijn. In het
zeldzame geval dat een reu en een teef volkomen vrij zijn zich seksueel
uit te leven, dan gebeurt het volgende: In het eerste stadium van
loopsheid, het pro-oestrum, begint de teef rusteloos te worden en meer
en meer te zwerven. Ze drinkt veel meer dan normaal en plast bij het
zwerven erg veel. De geur van die urine maakt een grote indruk op reuen.
Ze besnuffelen gretig, richten dan nu kop op en staren in zwijgende
concentratie in de verte, zoals professionele wijnproevers doen die een
superieure wijn savoureren. Hoogst opgewonden geraakt door dit chemisch
signaal beginnen ze het wijfje op te sporen, waarbij ze vooral afgaan op
de geur van haar vaginale afscheiding, die ze op grote afstand al kunnen
ontdekken. Deze afscheiding is afkomstig uit de steeds meer gezwollen
rakende geslachtsorganen.
Tegen het eind van dit eerste stadium van loopsheid wordt de afscheiding
bloederig en om begrijpelijke redenen wordt er wel eens van
"menstruatie" van de teef gesproken. Dit is echter onjuist. De
menstruatie wordt veroorzaakt door afbraak van de
baarmoederwandbekleding als na de ovulatie het ei niet bevrucht is. In
het geval van de teef heeft de bloeding vóór de ovulatie plaats door
verandering in de baarmoederwand als voorbereiding voor de dekking.
Tijdens dit pro-oestrum dat ongeveer negen dagen duurt, is de teef door
haar geuren zo aantrekkelijk voor reuen, dat ze door dik en dun gevolgd
wordt door hoopvolle minnaars. Daar ze nog niet in het ovulatiestadium
is, wijst ze alle avances af. In dit stadium is ze echt krenterig. Ze
kan een amoureus mannetje aanvallen, hem achterna zitten, tegen hem
grauwen, hem bijten, kortom hem bedreigen. Als ze minder agressief is
loopt ze óf weg, óf ze draait zich onmiddellijk bliksemsnel om als hij
probeert haar te bespringen. Een andere strategie die ze wel toepast is
dat ze, zodra hij een opgewonden belangstelling voor haar achtereind
vertoont, prompt gaat zitten.
Dit lijkt misschien een zinloze periode van "mannetje pesten". Als ze
toch niet van plan is hem te accepteren, waarom dan al die opwindende
geursignalen uitzenden? Het antwoord is, dat het belangrijk is dat ze er
voor zorgt, dat alle potentiële partners goed op de hoogte zijn van haar
conditie, zodat ze niet ineens zonder partner zal zitten als het
cruciale ogenblik komt. Op de tweede dag van de eigenlijke
oestrumperiode zelf heeft de ovulatie spontaan plaats. Een dag of twee
daarna is de teef klaar om bevrucht te worden. Als er geen mannetje
voorhanden is, zal ze zes maanden moeten wachten voor ze weer een kans
krijgt.
De oestrumperiode zelf duurt ongeveer negen dagen. De afscheiding van
het wijfje wordt wateriger, wat er op duidt dat haar vagina klaar is
voor de paring. Nu begint de hofmakerij pas goed. Het gedrag van de teef
verandert grondig. Ze begint nu naar het mannetje toe te lopen, zich dan
terug te trekken, weer naar hem toe te lopen, zich weer terug te trekken.
In het onwaarschijnlijke geval dat hij de invitatie negeert danst ze om
hem heen, slaat hem met de klauwen van haar voorpoten en kan hem zelfs
bespringen. Gewoonlijk echter gaat hij achter haar aan en eindelijk komt
het ronddollende paar samen en beginnen ze elkaars lichaam te
onderzoeken. Eerst een intensief besnuffelen van elkaars neus en soms
wat oor likken. Dan is er een wederzijds besnuffelen van neus naar romp,
waarbij de reu de belangrijkste rol speelt, daar hij voor het laatst nog
eens de seksuele gesteldheid en de aantrekkelijke geur van de teef tot
zich door laat dringen. Hierna gaat hij gewoonlijk naast de teef staan
en legt zijn kin op haar rug. Als zij stil blijft staan draait hij zich
om en bespringt haar, waarna de dekking begint.
Bij deze procedure is het wijfje verre van passief. Als haar loopsheid
op een hoogtepunt is en zij mag het mannetje wel (en zelfs in dit
stadium kan ze nog best kieskeurig zijn), zal ze alles doen om hem zijn
doel te helpen bereiken. Nadat ze voor hem heeft "gestaan" - dat wil
zeggen dat ze is blijven staan terwijl hij haar besnuffelde en
onderzocht - zal ze hem een duidelijk invitatiesignaal geven om haar te
dekken. Dat bestaat uit het opzij houden van haar staart, zodat de
genitaliën zichtbaar worden. Als het mannetje daarop reageert met haar
te bespringen, dan kan het hem soms moeite kosten de juiste plek te
vinden. Hij begint in het wilde weg bekkenstoten te geven en als ze zijn
missers voelt beweegt ze zorgvuldig haar romp, een beetje omhoog, een
beetje omlaag, een beetje naar links of rechts, tot ze hem handig op het
juiste spoor heeft gezet. Als het mannetje tijdens de dekking haar
nekvel in zijn bek neemt (dat gebeurt niet altijd, maar soms wel), dan
laat ze hem zijn gang gaan.
In bijna alle opzichten is dit paringsgedrag - als het verloop
ongestoord is - gelijk aan dat van de voorvader van de hond, de wolf. In
de seksuele sequentie is in de loop van de domesticatie weinig
verandering gekomen. Alleen het aantal hofmakerijen is in verhouding tot
het aantal copulaties drastisch verminderd, vooral onder dekreuen en
kampioensteven in het fokbedrijf. Bij één wolvenroedel bijvoorbeeld is
waargenomen, dat een totaal aantal van 1296 hofmakerijen slechts tot 31
complete dekkingen leidde. Bij stamboekparingen kan er zo nu en dan wel
eens een weigering voorkomen, maar de meeste samenkomsten zijn zo goed
georganiseerd en de betreffende honden hebben zoveel ervaring, dat bijna
alle confrontaties tot een succesvol resultaat leiden.
De oorzaak van het lage percentage (2,4%) wolvenvrijages die lukken is,
dat in het wild de paringsvoorkeuren veel meer uitgesproken zijn. De
mannetjes en vrouwtjes gaan dan misschien geen levenslange monogame
verbintenis aan, maar zij hebben wel sterke voorkeuren en afkeren, wat
betekent dat het hof maken van heel wat ongelukkige vrijers hopeloos is
en nergens toe leidt. Of zulke sympathieën en antipathieën zich ook
zouden ontwikkelen als een groep huishonden zouden verwilderen en een
zelfstandige roedel vormen is moeilijk te zeggen, maar waarschijnlijk is
het wel, omdat tijdens de domesticatie eigenlijk ook zo weinig andere
dingen zijn veranderd.
De enige grote verandering die in de domesticatieperiode wel heeft
plaats gehad betreft het tijdstip van het optreden van de loopsheid. De
jonge vrouwelijke wolven worden voor het eerst loops op een gemiddelde
leeftijd van 22 maanden, een jaar later dan de gemiddelde
gedomesticeerde teef. Ze worden maar één maal per jaar loops, meestal in
maart, terwijl onze honden in de herfst een tweede periode hebben en het
tijdstip waarop die twee perioden per jaar beginnen is veel
onregelmatiger. Desmond Morris, "Waarom blaffen honden" |