INGESLIKT EN DAN?
Toen onze oudste dochter als kleutertje van ongeveer acht maanden een half
uurtje in de box doorbracht, zat zij opeens lekker op een wit karretje met
rode wieltjes te kluiven, speelgoed van haar oudere broer, dat iemand in een
onbewaakt ogenblik in de box had gegooid. Ik zag toevallig, dat er opeens
een wieltje af was en dacht meteen, dat ze de spijker ervan ingeslikt kon
hebben. Een vriendin had dat meegemaakt met een wat groter kind, hij had een
sleutel in zijn handjes en zei opeens: "Weg mama”. Nu, dat was waar, de
röntgenfoto liet zien, dat de sleutel zich in zijn maagje bevond. Het gevolg
was een operatie, die echt wel wat spanningen gaf. Het jochie met de sleutel
indachtig belde ik de huisarts, die onmiddellijk adviseerde haar zoveel
mogelijk ontbijtkoek te laten eten. Ze had nooit veel trek, maar gelukkig
gingen er een paar sneetjes in. Na twee spannende dagen vonden we de spijker
in haar luier, keurig verpakt in een koekachtige massa.
Enkele
weken geleden liet iemand per ongeluk een gemeen kippebotje vallen en van
het stel hongerige Shelties bij ons in de buurt was er natuurlijk één die
ons te vlug af was. Gezwind koek gevoerd, het boefje werd dus nog beloond
ook voor zijn vraatzucht. Of het botje ook weer keurig verpakt meekwam heb
ik niet kunnen controleren, maar ze is in ieder geval gezond gebleven. Het
hieronder volgende verhaal spreekt ook weer van koek, nog steeds hét middel
dus:
Uw dochtertje van vijf heeft zojuist een waterijsje van u gekregen.
Pedagogisch juist of onjuist, daar zullen we het hier nu niet over hebben,
maar u had ze nu eenmaal in het diepvriesvak. Al likkend loopt ze ermee door
de kamer. Fikkie kijkt haar met smachtende blikken aan. "Jij ook een likje",
denkt het meisje en houdt het waterijsje voor zijn natte neus. Maar dat werd
dus geen likje. Het werd: Hap, slik en weg was het waterijsje, compleet met
stokje en al. Tranen en paniek. En een telefoontje naar de dierenarts. Kan
het kwaad?
ONGELUKJES
Zulke dingen gebeuren in de huiselijke sfeer. In het vuur van zijn spel
slikt uw hond een stuiterballetje in. Of hij loopt met een stuk
kinderspeelgoed in zijn bek, u wilt het afpakken maar uw hond laat het zich
niet afpakken en slikt het vlug in. Of uw hond heeft de halve cyclus van de
anticonceptiepil van uw vrouw of vriendin naar binnen gewerkt. Dan volgt
altijd weer de vraag: Wat nu, laten braken??
INJECTIE
In de meeste gevallen zal uw dierenarts het advies geven: Kom maar direct,
dan laten wij de hond wel even braken. Zeker als het inslikken zojuist heeft
plaatsgevonden. Na het krijgen van een injectie (apomorfme) braakt de hond
dan binnen vijf minuten zijn gehele maag leeg.
In bovengenoemd voorbeeld van het waterijsje kwam prompt het houten stokje
in zijn geheel weer terug: Het ijsje was inmiddels gesmolten. En hoewel de
hond zich na zo'n injectie echt wel even beroerd voelt, is er in ieder geval
bij de eigenaar de opluchting, dat het stokje verder geen kwaad meer kan
doen in het sterk gekronkelde darmstelsel van de hond. Zo heb ik in de loop
der tijden heel wat balletjes, knikkers, kroonkurken, plactic zakjes en
rubber dopjes uit laten braken.
Huismiddeltjes
Regelmatig duikt de vraag op: Stel er is geen dierenarts bereikbaar, of men
is zelf niet in staat naar hem toe te gaan, zijn er dan ook huismiddeltjes
om de hond te laten braken? De volgende middelen worden in de literatuur
vermeld: (opmerking Sheltie Courant: Lees vóór een eventuele toepassing
vooral de Alinea Niet Altijd na onderstaande middelen)
- Zout, een theelepel keukenzout, liefst gegeven achter op de tong.
- Waterstofperoxyde, 5 ml ingeven om de vijf minuten, totdat braken
optreedt.
- Siripus pecacuanhae, 10 % oplossing, 5 à 10 ml. Dit zal in de meeste
huishoudens niet direct voor het grijpen staan, eventueel wel als Buckley's
hoestdrank, maar dan wel de concentratie controleren.
- Mosterdoplossing, wordt humaan niet meer gebruikt vanwege de ernstige
bijwerkingen.
- Vinger achter in de bek, gevaarlijk, kans op ongelukken. Mogelijk een
nieuw vreemd voorwerp in de maag van uw hond in de vorm van uw vinger.
In de praktijk toepasbaar is dus eigenlijk alleen mogelijkheid 1 en
eventueel 2. Daarom verdient het mijns inziens te allen tijde de voorkeur te
proberen zo snel mogelijk naar de dierenarts te gaan. Een injectie apomorfme
werkt altijd. Gezien het huidige aantal dierenartsen in Nederland en de
techniek van de bereikbaarheid (semafoon, mobilofoon) zal dit meestal niet
op grote bezwaren stuiten.
(opmerking Sheltie Courant: Bij mogelijkheid 1 moet ook nog vermeld
worden dat als de hond niet snel braakt alsnog de dierenarts
ingeschakeld moet worden (voor infuus) aangezien te veel zout gevaarlijk
is voor de hond.)
NIET ALTIJD
Alvorens we de hond laten braken moet er duidelijkheid zijn over de aard van
het ingeslikte voorwerp c.q. de ingeslikte stof. Want er zijn ook situaties,
waarin het laten braken NIET wordt geadviseerd of zelfs ongewenst is. Dit is
bijvoorbeeld het geval bij het inslikken van:
Scherpe voorwerpen, zoals een speld, naald, vishaakje of scherp botje. Deze
voorwerpen kunnen tijdens het braken "op de terugweg" in de slokdarm
beschadigingen geven. In deze gevallen luidt het advies: Ontbijtkoek geven,
dit werkt namelijk inhullend en daardoor beschermend in de rest van het
darmkanaal. Veel naalden en spelden zijn zo langs de natuurlijke weg aan de
achterkant er weer uit gekomen. Een röntgenologische controle hierbij is
natuurlijk altijd mogelijk.
Grote asymmetrische voorwerpen, die in wezen maar op één manier kunnen
worden ingeslikt. De kans op uitbraken is klein. Mogelijke alternatieven
zijn dan onder geleide van doorlichting met behulp van een speciale tang het
voorwerp proberen te verwijderen (slokdarm: specialistenwerk) of met behulp
van endoscopie (kijken met een flexibele lamp in slokdarm en maag:
(specialistenwerk) of het verwijderen langs operatieve weg van het voorwerp
uit de maag (kan elke dierenarts).
Caustische stoffen, dit zijn sterk prikkelende stoffen, zoals zuren en loog,
welke etsend inwerken op de slijmvliezen van slokdarm en maag. Bij het laten
braken zou de slokdarm nóg eens beschadigd worden. Hier geldt het advies:
Veel laten drinken, zodat de gevaarlijke vloeistof verdund wordt.
INFORMATIECENTRUM
Vaak zal niet precies bekend zijn, of een bepaalde chemische stof giftig is
en in welke mate. Hetzelfde geldt ook voor vele humane geneesmiddelen, die
kennelijk vaak slordig rondslingeren, gezien het feit dat honden ze nogal
eens te pakken krijgen. Informeer dan bij uw dierenarts, die het dikwijls
echter ook niet weet. In deze gevallen kunnen wij altijd, dag en nacht,
bellen naar het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC). Wij, dat
wil zeggen: uitsluitend artsen, dierenartsen en apothekers. Het NVIC is een
afdeling van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM)
te Bilthoven.
DARMAFSLUITING
In de rest van dit artikel zullen we ons beperken tot de ingeslikte
voorwerpen, de zogenaamde corpora aliena (letterlijk: vreemde lichamen). Wat
zal er gebeuren, als het vreemde voorwerp blijft zitten in de maag? Dit
gebeurt ook dikwijls, want men ziet nu eenmaal niet alles wat de hond
uitvreet; in dit geval dus: opvreet.
In een groot aantal gevallen zullen deze er, zeker bij wat kleinere
voorwerpen (kraaltjes, kleine steentjes, stukjes kapot gekauwd plastic) aan
de achterkant wel weer uitkomen; een hondendarm is redelijk sterk. Maar
voorwerpen met een wat grotere diameter of een wat langwerpiger vorm lopen
grote kans, zodra zij de maag zijn gepasseerd, ergens in het verdere
darmstelsel vast te lopen. Merkwaardig daarbij is, dat het voorwerp dikwijls
al een heel eind in het darmkanaal gevorderd is, om dan toch ergens
"halverwege" te blijven steken. De darm zit er in een soort kramptoestand
vast omheen, het voorwerp sluit de darm dan volledig af, zodat er geen
voedsel meer langs kan. We spreken dan van een totale darmafsluiting of
ileus.
Vanaf dit moment gaat de hond zich goed ziek voelen. En braken! Is er
aanvankelijk nog wel ontlasting (alles wat achter het voorwerp zit kan er
nog uit), dit zal daarna snel ophouden. Het braken wordt erg intensief.
Zelfs het drinken komt er weer uit. Doordat het voorwerp vaak ver in de darm
is doorgeschoven, zal bij het braken ook darminhoud terugkomen: dit stinkt
erg, het zogenaamde ontlasting braken.
DARMOPERATIE
Zal in een enkel zeldzaam geval een laxeermiddel mogelijk uitkomst kunnen
brengen, in de meeste gevallen zal operatief moeten worden ingegrepen om het
vreemde voorwerp uit de darm te verwijderen: een buikoperatie, waarbij de
darm moet worden geopend. Als we te lang wachten, kan de darm ter plaatse
van het voorwerp door een gestoorde bloedtoevoer verkleuren en gaan
afsterven. Hoe frisser de darm, hoe beter deze weer is dicht te hechten. De
darmwond mag niet gaan lekken, want dan is buikvliesontsteking het
onherroepelijke gevolg. Om de darm te ontzien krijgt de patient de eerste
dagen uitsluitend vloeibaar voedsel.
KWIBUS
Tot slot patient Kwibus. Een levenslustige, overactieve jachthond.
Gecastreerd. Na twee eigenaars al jong in een Gronings asiel beland. Daarna
als nieuw tehuis een studentenwoning: Zes bazen dus, geen duidelijke eenheid
in de opvoeding. Bovendien door afstuderen en vertrek een wisselend
"bazenbestand" .
In Groningen werd Kwibus al een keer geopereerd als gevolg van een
ingeslikte bal. Uiteindelijk ontfermde één van de moeders van de studenten
zich over hem. Zo kreeg Kwibus weer een nieuw tehuis en wij een nieuwe
patient. Vriendelijk maar onbehouwen, trekken aan de riem en alles pakken
wat los en vast ligt. Met name buiten in de bosjes. Zo werd een rubber dop
ingeslikt. Op 27 juli 1992 begon het braken. Op 28 juli toonde de
röntgenfoto het corpus alienum. Een tweede darmoperatie was noodzakelijk.
Maar Kwibus is een recidivist. Eind november 1992 weer braken en ook wat
diaree. Een buikgriepje? Het leek erop. Maar op 7 december braakte Kwibus
nog steeds. En één plek in de buik bleef pijnlijk en verdacht. De bazin was
wanhopig, ook al vanwege ander ongewenst gedrag (onzindelijkheid).
Euthanasie? Op 9 december toch nog maar een kans gegeven. Een proefoperatie
bracht weer een vreemd voorwerp aan het licht: Een hard stuk gebogen
plastic, waarschijnlijk een stuk van een bal, bleek in zijn darm te zitten.
Ook deze derde darmoperatie heeft Kwibus goed doorstaan.
Momenteel gaat het redelijk. Hij leeft zich nog wel uit op stokken en
muizennesten, die hij uitgraaft en met hooi en al opeet. Ook is hij nu
redelijk zindelijk. Kennelijk doet één bazin met vaste gewoontes de hond wat
tot rust komen.
PICA
De gewoonte van honden om regelmatig vreemde dingen te eten, zoals hout,
stenen, zand enzovoort wordt pica genoemd. Bij Hondsdolheid is dit in een
bepaald stadium van de ziekte een kenmerkend symptoom. Bij Kwibus is het
echter afwijkend ongewenst gedrag. De hond is verder kerngezond. En, zoals
zo vaak, bepaalde dingen komen in tweevoud.
Op een demonstratiemiddag van de Kliniek voor Gezelschapsdieren te Utrecht
besprak Dr B.W. Knol, specialist probleemgedrag bij de hond, de volgende
patient: Berner Sennenhond, teef, geboren 10 augustus 1989.
Op 24 juli 1991 was deze hond naar Utrecht verwezen vanwege braakklachten.
De oorzaak bleek een vreemd voorwerp in de darm te zijn en werd operatief
verwijderd. Begin februari 1992 werd de hond opnieuw met spoed verwezen op
verdenking van hetzelfde. Toen werd echter niets gevonden en de hond werd
doorgestuurd naar de gedragspolikliniek van Dr Knol vanwege de
pica-verschijnselen. "De hond eet alles van de straat op en de eigenaar
vindt dit gedrag levensbedreigend. Het eetgedrag is alleen buiten abnormaal,
niet binnenshuis of in de tuin. De hond apporteert niet. Bij pogingen tot
afpakken verdedigt de hond de buit en probeert die snel door te slikken: Bij
afleiden laat hij los. Verder is de hond niet agressief of angstig. De hond
is meestal gehoorzaam, maar trekt wel erg aan de lijn. De eigenaar vindt de
hond vriendelijk, speels en zeer aanhankelijk, de hond zit liefst de hele
dag op schoot" .
In het behandelingsplan werd aanvankelijk de "Halti" gebruikt om het trekken
aan de lijn te verminderen; gedurende drie weken uitsluitend aangelijnd
uitlaten en de hond leren apporteren volgens een oefenschema van 4 x daags
vijf minuten. Nadat de hond enkele maanden aangelijnd is geweest, blijft de
pica ook onaangelijnd gedurende 14 dagen weg: Daarna vervalt de hond weer in
zijn oude zonde. Het behandelingsplan wordt gewijzigd, de eigenaar negeert
het picagedrag en verwijdert zich van de hond. Gevolg: de hond laat de buit
vallen en herstelt de band met de eigenaar.
Knol verklaart dit soort gedrag als een soort aandacht trekken van de hond.
Immers de eigenaar vindt dit gedrag gevaarlijk en besteedt in zulke gevallen
extra aandacht en zorg aan de hond: Dit werkt dan weer als het ware belonend
en stimuleert de hond dit gedrag te herhalen.
Bij het horen van deze casus moesten wij meteen aan Kwibus denken!
J. Smeenk, dierenarts
Uit onze hond van juni 1993
|