|
|
MIJN EERSTE KEER
De fokker vond mijn hondje mooi en sprak mij ernstig aan:
“u moet hem echt eens laten zien en naar een show toe gaan”.
Dus schreef ik mij toen maar eens in.
Stond op voor dag en dauw en reed een reuze, reuze eind
door regen, mist en kou.
Ik kwam daar in een lange keu met honden klein en groot.
De mensen spraken met elkaar, maar ik was als de dood!
Toen kwam ik bij een verhoogde plank, nog wiebelig daarbij.
Er naast een man in witte jas. Dáárop, zo wees hij mij.
Ik nam mijn Sheltie op de arm en klom er bovenop.
Dat bleek mijn eerste foute zet en ik kreeg op mijn kop.
Toen bleek mijn hond geen hond te zijn, doch slechts een nummerdier.
Ik liep en zocht van hot naar haar: dàt noemen ze plezier!
Maar eindelijk, al zonder hoop, zag ik Shelties bij elkaar.
Ik voelde mij ineens weer thuis, gezellig was het daar!
Tenslotte moesten we naar de ring, daarin stond een meneer.
Mijn hondje werd het eerst gekeurd, de man trok fors van leer.
Hij wees mij naar een tafeltje, daar moest ik op gaan staan.
Gemakkelijk, echt, dat was het niet; ik heb het tòch gedaan.
Met hoogtevrees en vrouwenmoed stond ik daar toen te kijk.
Mijn rok te kort, mijn benen dik, bleek werd ik als een lijk.
De keurder, die was heel ontzet en wees mij naar benêe.
De hònd slechts op dat tafeltje, wat ik toen heel graag dee.
Hij kneep mijn hond aan alle kant en dat vond mijn Sheltie niet goed.
Hij nam dat nog maar niet de bek en er vloeide een druppel bloed.
De keurder die had geen begrip, de anderen ook niet.
Men vond mijn Sheltie een valse hond, dat deed mij veel verdriet.
Een ieder kon toch duidelijk zien: het liefst en mooist was hìj.
En dat hij niet van vreemden houdt, staat er in de standaard bij!
Daarna moest mijn hond weer op de grond en lopen moesten we toen.
Ik rende hijgend in het rond; wéér kreeg ik van katoen.
Dat moest gewoon heel rustig aan met mijn hond aan de linker kant.
Nu loopt mijn hondje altijd rechts dus had hij goed het land!
Daarna kwamen de anderen aan de beurt.
Ik hoorde het commentaar: de één had dit, de ander dat.
Zo spraken ze met elkaar.
Toen moest ik er weer bij gaan staan, mijn hond stond als een vorst.
De keurder liep steeds om hem heen terwijl ik haast niet kijken dorst.
Maar mijn hond had lak aan de hele boel.
De keurder had heldenmoed; hij aaide mijn hond over zijn rug en
zelfs over zijn snoet!
Als een standbeeld stond mijn fijne hond, fier met zijn trotse kop.
De keurder maakte hem toen nummer één, voor de anderen een strop.
Men feliciteerde mij als kampioen, wat was ik trots en blij.
Voelde me ’n schoonheidskoningin, daar met die hond van mij.
Daarna heb ik het nog vaak gedaan en werd geroutineerd.
De eerste keer vergeet je nooit: .... tóén heb je het geleerd!
Exposante
(vrij vertaald naar een gedicht uit Nieuw Zeeland) |

 |