|
DE REGELS ROND BLAFFEN ……alstublaft!
Hoe
erg is hondengeblaf? Als hondenliefhebber kan ik er niet mee zitten. In
een stad is er altijd erger lawaai dan hondengeblaf. In natuurparken
word je overhoop gescheurd door brommers of quads om over
vliegtuiglawaai en snelwegen nog maar te zwijgen.
Als jurist weet ik dat hondengeblaf voor behoorlijke problemen kan
zorgen: boze buren, bekeuringen en soms zelfs geluidsmetingen die ervoor
zorgen dat je eigenlijk geen hondenbedrijf meer kunt beginnen.
Natuurlijk heeft het verhaal twee kanten. Enerzijds kun je jezelf
afvragen waarover mensen zich opwinden als er af en toe een hond blaft
en waarom het dan altijd de hond en zijn baas zijn die het onderspit
delven. Sommige gemeenten gaan zelfs zó ver, dat ze bij klachten over
geblaf zonder enige vorm van gedragstherapie een antiblafband verplicht
stellen terwijl we toch nooit horen dat die brommerliefhebbende
buurjongen een stroombandje om zijn nek moet van gemeente, politie of
woningbouwvereniging. Anderzijds is het natuurlijk vast geen pretje om
buren te hebben die de hele dag weg zijn terwijl hun hond de boel
bijelkaar blaft, of buren met – zeg – drie grote berghonden die op een
binnenplaatsje de hele dag tekeergaan.
Lokale blafregels
Laten we eerst eens kijken hoe het zit met blaffende honden binnen de
gemeente. De plaatselijke regels zijn vastgelegd in de Algemene
Plaatselijke Verordening ( APV); inderdaad waar ook de aanlijn- en
opruimzaken te vinden zijn. De APV verschilt per gemeente maar er zal in
ieder geval minstens één bepaling in te vinden zijn die overlast door
dieren tegengaat. Daar zijn twee varianten van. De eerste variant is een
algemeen verbod dat voor iedereen geldt. Dat kan er als volgt uitzien:
“Het is verboden één of meer dieren te houden als zulks, naar het
oordeel van burgemeester en wethouders, schadelijk voor de openbare
gezondheid dan wel hinderlijk voor de omgeving is”. Soms staat er zelfs
concreet dat een dierenhouder moet zorgen dat een dier geen storend
geluid maakt. Dit is een algemeen verbod dat voor iedereen geldt en
waarvoor u, bij overtreding, een boete kunt krijgen.
Specifieke gevallen

Naast een algemeen verbod kan het college van B & W ook in individuele
gevallen optreden. Dit gebeurt op basis van een bepaling die ongeveer
als volgt zal zijn: “Burgemeester en wethouders kunnen bij besluit delen
van de gemeente of bepaalde plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming
of opheffing van overlast of van schade aan de openbare gezondheid
verboden is de in dat besluit aangeduide dieren:
a. aanwezig te hebben;
b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen
ter voorkoming of opheffing van overlast of van schade aan de openbare
gezondheid in dat besluit gestelde regels of;
c. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in dat besluit is
aangegeven”.
Samengevat
Als blijkt dat dieren schade of overlast veroorzaken, kan aan de
houder een totaal houdverbod worden opgelegd, ofwel een maximum aantal,
ofwel bepaalde voorwaarden.
Deze bepaling is niet algemeen; er moet dan echt in een aangewezen
situatie worden opgetreden met officiële brieven en procedures. Bij zo’n
aanschrijving moet het college van B&W zich wel houden aan een aantal
beginselen, zoals zorgvuldigheid, belangenafweging en motivering. Dat
betekent dat als ze persoon X verbieden om meer dat twee honden te
houden vanwege de geluidsoverlast, er een onderbouwd verhaal moet zijn
over het aantal decibellen, de klachten, de honden etc.
(uit: hondenleven) |