|
Waarom hebben honden
soms achtertenen?
Achtertenen zijn
overblijfselen van de eerste teen van de oudste voorouders van de hond. Toen
de leden van de hondenfamilie zich in de loop van de evolutie begonnen te
specialiseren als hardlopers begonnen hun benen langer te worden en hun
voeten werden in plaats van vijf tenen vier tenen breed. De eerste teen
verdween bij de achterpoten van de wilde hond helemaal, maar van die aan de
voorpoten bleven nog rudimenten over die de grond niet meer raakten.

Door die
veranderingen konden wolven indrukwekkende snelheden bereiken. Een aantal
keren is over een afstand van 50 meter een snelheid van 50-60 km per uur
gemeld. Er zijn sprongen over een lengte van 5 meter gemeten. Ook het
uithoudingsvermogen over grote afstanden is opmerkelijk. Van Husky's, het
ras dat het nauwst verwant is aan de wolf, is bekend dat ze in de totale
tijd van slechts tachtig uur een slee over een afstand van meer dan 750 km
kunnen voorttrekken.
Gespecialiseerd raken in hardlopen betekent achteruitgang in andere
opzichten. Het klim- en springvermogen van honden ging achteruit naarmate
het hardlopen verbeterde. Maar hun verhoogde snelheid en groter
uithoudingsvermogen waren bij het jagen zo nuttig en de jachtsuccessen
werden zo groot dat wilde honden over de hele wereld kans zagen te
overleven, zowel in het heetst van de tropen als in de streken waar de bodem
eeuwig bevroren blijft.
De achtertenen zouden dus in het kader van de evolutie van de honden als
lange-afstandslopers geheel aan het verdwijnen moeten zijn. Maar dan is het
toch wel vreemd dat veel rassen van onze gedomesticeerde hond deze tendens
om lijken te draaien. Je zou verwachten dat de moderne hond die nog verder
van zijn vroegste voorouders afstaat dan de wolf of de Dingo de 'duimen' van
de voorste ledematen geheel en al verloren zou hebben, evenals de 'grote
tenen' van de achterste ledematen. Maar het tegenovergestelde is het geval.
Bij veel moderne hondenrassen zijn die tenen alle vier aanwezig. De
achterste zijn nooit zo stevig of even goed bevestigd als de voorste; ze
bestaan gewoonlijk uit een los botje en een nagel die door een klein stukje
huid met de voet verbonden is, maar ook zo vertegenwoordigen ze een klein
keerpunt in de hondenevolutie. Rassen met deze extra teen aan de achterste
voeten, hoe rudimentair ook, staan in dat opzicht althans dichter bij de
oudste voorouders van de hond dan de Dingo of de wolf. Wat is de oorzaak van
die teruggang naar de oertoestand?
Het antwoord moet worden gezocht in een proces dat neotenie wordt genoemd -
het blijven bestaan van infantiele eigenschappen in volwassen dieren. En dat
is gebeurd bij honden in de loop van de 10. 000 jaar van voortplanting onder
hoede van de mens. Ze zijn als het ware juveniele wolven geworden. Ze kunnen
zich voortplanten, maar ze behouden veel van het gedragspatroon van jongen,
zoals speelsheid & gehoorzaamheid aan de pseudo-ouder - de menselijke
eigenaar. Ook behouden ze een aantal juveniele anatomische kenmerken zoals
de hangoren die tegenwoordig bij zoveel rassen te zien zijn. Het behoud van
de extra achtertenen valt ook onder dit proces. We mogen dan in de
verschillende moderne rassen allerlei kenmerken en eigenschappen steeds meer
versterkt hebben, in andere opzichten zijn ze primitiever dan de hoog
ontwikkelde wolf, waar ze van zijn afgeleid. Met andere woorden: toen we de
wolf in een hond gingen veranderen zetten we de klok zowel vooruit als
terug.
Het
is wel aardig dat hondenfokkers intuïtief voelen dat er iets mis is met die
achtertenen en adviseren ze te verwijderen bij pups van drie tot zes dagen
oud. (In Nederland gebeurt dat omstreeks de tweede dag.) Zij beschouwen het
als een onjuiste tendens en corrigeren die. De reden die ze aanvoeren is dat
die rudimentaire klauwen, als ze blijven zitten, aan ondergroei en hekken
blijven haken en inscheuren. Als je nagaat, dat ze aan de binnenkant van de
benen en boven de grond zitten, is dit een nogal onwaarschijnlijk ongeval en
een triviale reden, maar de onbewuste drang de benen van de hond te
'verfijnen' is sterk genoeg om dit over het hoofd te zien. (Uitgezonderd bij
bepaalde rassen zoals de Briard en de Pyrenese Berghond, waar de achtertenen
als raspunt behouden moeten blijven.)
Uit
Desmond Morris: "Waarom blaffen honden?", Sheltie Shelter maart 2003
|