|
BIJTWONDEN EN HUN COMPLICATIES
BIJTWONDEN
Bij de oude Romeinen stond als op de stoep geschreven 'Cave canem', pas
op voor de hond. Hij bijt. Sommige rassen hebben het wat dat betreft al
helemaal verbruid. De minister overwoog zelfs een fokverbod . . . Toch is
het een niet te ontkennen feit, dat in Nederland jaarlijks ongeveer 50.000
mensen door een huisarts of bij een Spoedeisende Hulppost worden behandeld
in verband met een bijtwond die veroorzaakt is door een hond of door een
kat.
Bijtwonden
van honden veroorzaken bloeduitstortingen, weefselversterf en vertonen vaak
een grillige, rafelige rand. Dit in tegenstelling tot een snijwond die
veroorzaakt is door een mes of glas: zulke wonden hebben 'mooie' gladde
randen en komen meer voor hechten in aanmerking. Kattenbeten zijn vaak diepe
steekwonden (door scherpe puntige hoektanden).
Zowel honden- als kattenbeetwonden zijn uitstekende voedingsbodems voor
bacteriën. In 85% van de bijtwonden zijn vóór de wondbehandeling reeds
potentiële ziekte- en ontstekingskiemen aanwezig. Dit zijn bacteriën die
afkomstig zijn uit de bek van hond of kat. Bij een niet juiste of
onzorgvuldige wondbehandeling blijkt, dat 20% van de bijtwonden door katten
ontstoken raakt. Een geïnfecteerde wond geeft extra complicaties. De
genezing duurt langer, de patiënt lijdt meer pijn, er is langer
ziekteverzuim (kost geld) en er is meer kans op het ontstaan van
restverschijnselen met mogelijk functieverlies. Bijtwonden moeten dan ook
altijd serieus worden genomen en zorgvuldig worden behandeld.
CAPNOCYTOPHAGA CANIMORSUS
Bekende bacteriën die een rol kunnen spelen bij bijtwondinfecties zijn
onder andere Pasteurella multocida en bepaalde staphylococcen. Een
potentieel gevaarlijke bacterie in bijtwonden, waarover tot nog toe slechts
weinig bekend is, is Capnocytophaga canimorsus. Een wondinfectie met deze
bacterie kan lokaal (dus op de plek van de beet) ernstige problemen met veel
weefselversterf geven. Maar bovendien kan dit leiden tot een ernstige sepsis
(= bloedvergiftiging), waarbij schade aan meerdere organen kan worden
toegebracht. Vooral mensen met een verminderde weerstand (suikerziekte,
alcoholmisbruik, chronische longklachten, transplantatiepatiënten) lopen
risico. Maar ook bij mensen zonder deze weerstandsverlagende factoren is
bovenvermelde infectie geconstateerd. Er wordt verondersteld dat C.
Canimorsus tot de normale 'mondflora' van honden en katten behoort.
GOED WONDTOILET
Bijtwondinfecties kunnen in principe worden voorkomen (ook die ten
gevolge van C. Canimorsus) door een passende wondbehandeling, berustend op
de volgende drie pijlers:
Onmiddellijk de wond uitspoelen met heel veel water. Oppervlakkige
wonden desinfecteren met povidine-jodium.
Bij diepere wonden (geen jodium) dient wondtoilet te worden toegepast,
dat wil zeggen: dood weefsel en rafels wegknippen. Vervolgens een nat
verband aanbrengen en rust (mitella).
Een antibiotica-profylaxe dient ernstig te worden overwogen. Onder
profylaxe verstaan we het preventief toedienen van een
antibioticum(kuur), dus niet eerst wachten tot de wondinfectie een feit
is (en de vinger er misschien al bijna afligt).
BIJTWONDEN EN ANTIBIOTICA
Voor de behandeling van bijtwonden bij de mens is een algemene richtlijn
voorgesteld. Voor preventief gebruik van antibiotica worden criteria
gehanteerd, zoals de diepte van de wond, de lokalisatie (handen, gezicht) en
de ouderdom van de wond (meer dan acht uur bestaand). Ook het feit of men
behoort tot een bepaalde risicogroep (suikerziekte) wordt meegewogen.
Huisartsen zijn in het algemeen terughoudend in het voorschrijven van
antibiotica, met als gevolg dat profylactische of therapeutische behandeling
soms achterwege blijft in gevallen, waarin deze wel degelijk gewenst zou
zijn. Gezien het C. Canimorsus-risico zou men hierin wat minder afwachtend
moeten zijn en de criteria wat ruimer moeten nemen.
Binnen drie uur na het ontstaan van de wond kan worden volstaan met een
eenmalige toediening. Wordt later begonnen, dan moet een kuur van meerdere
dagen worden verstrekt. Bijtwonden, waarin al verschijnselen van ontsteking
zijn waar te nemen, moeten in ieder geval met antibiotica worden
ondersteund. Evenals bij zo vele situaties geldt voor bijtwonden en
antibiotica het gezegde: 'De eerste klap is een daalder waard!'
J. Smeenk, dierenarts, uit Onze Hond, oktober 1999
Noot: Gelukkig is de Sheltie geen bijtgraag ras, maar ook uw sheltie kan
per ongeluk een bijtwond veroorzaken, of gebeten worden. |