Wat is CEA?
De Collie Eye (=oog) Anomaly (=aangeboren abnormaliteit) of
CEA is een verzamelnaam van een groep aangeboren ontwikkelingsstoornissen
van het netvlies/vaatvlies en de achterwand van het oog bij de Collies en de
Shetland Sheepdog. De afwijkingen komen meestal beiderzijds voor, maar
kunnen ook éénzijdig voorkomen.
Hoe en wanneer is CEA vast te stellen?
Bij de lichtste vormen kunnen deze plekjes bij de vorming
van de reflectorlaag in het oog (7-8 ste week) worden afgedekt en daardoor
weer aan het oog van de onderzoeker worden onttrokken. Dergelijke honden
lijken daardoor later vrij van CEA, terwijl zij bij de nestcontrole niet
vrij zouden hebben gekregen (zogenaamde "go normals"). In het kader van de
bestrijding van CEA is het dan ook het beste de controle op de afwijking in
de 6e levensweek te verrichten. Voor de vaststelling van de
overige vormen van CEA is het beter als de oogbol volgroeid is.
Honden met CEA kunnen beter worden uitgesloten van de
fokkerij. Zij blijven echter vrijwel steeds als huishond geschikt. Dit
vooral omdat men niet bang behoeft te zijn dat het oog alsnog slechter wordt
en het percentage honden dat aan beide ogen blind is, maar heel klein is. Indien het aantal voor de fokkerij beschikbare dieren dit toelaat kunnen de
ouderdieren en de broertjes en zusjes ook beter niet voor de fok worden
ingezet. Fokmaatregelen hebben aangetoond effectief te kunnen zijn. Zo werd
in het Lake-district in de USA door voorlichting en fokmaatregelen het
percentage aan CEA lijdende dieren, in 3 jaar tijds, teruggedrongen naar van
97% naar 59 % en men verkreeg betere showresultaten, doordat men meer ging
letten op de nakomelingen dan op de ouderdieren zelf!
Dr. F.C. Stades en Dr. M.H.Boevé
Enkele passages uit "Erfelijke oogafwijkingen", W.K. Hirschfeldstichting,
sectie oogheelkunde, 1993
Collie Eye Anomaly
E. Bjerkås:
International
Veterinary Ophthalmology Meeting – ECVO-ESVO-DOK
Munich – 2004
However, more recent studies have
suggested that CRD and coloboma are being inherited
as separate traits or by polygenic
transmission.
It has been demonstrated that
selection against colobomas decreases the relative prevalence of
this manifestation of CEA, despite
extensive use of mildly affected (CRD) breeding stock.
Not unexpectedly, however, this
breeding policy has resulted in an increase in the prevalence of CRD.
A negative influence of the coloboma
genotype on offspring vitality has also been suggested, as the size of
litters including dogs with colobomas is smaller than the average collie
litter size.
Dogs with CRD can be bred with care,
while dogs affected with colobomas or secondary complications should not be
bred.
vertaald:
Mevrouw E. Bjerkås over Collie Eye Anomaly:
(International Veterinary Ophthalmology Meeting –
ECVO-ESVO-DOK, München, 2004)
Een recent onderzoek doet vermoeden, dat CRD en Coloboma
door een verschillend gen worden vererfd, (of door meerdere genen).
Aangetoond is, dat bij selectie op Coloboma (dus niet mee fokken) het aantal
gevallen van deze aandoening afneemt, ondanks het feit, dat er met "CRD
honden" gefokt wordt. Niet onverwacht neemt tegelijkertijd het aantal honden
met CRD toe (omdat er met CRD honden gefokt wordt) Tevens zijn er
aanwijzingen, dat honden met een Coloboma kleinere nesten produceren
(vergeleken met de gemiddelde nestgrootte bij de Collie).
Conclusie:
Honden met CRD kunnen (voorzichtig) voor de fokkerij ingezet
worden, maar honden met Coloboma of wanneer deze ernstige Coloboma
vererven, netvliesloslatingen/bloedingen enz. dienen uitgesloten te
worden van de fok.