De Sheltie Courant

voor de Sheltieliefhebber

 


 

 


Start
Algemeen
Rebecca
Gezondheid
Rasstandaard
Shows
Oude doos
Vertelsels
Voor u gelezen
Fokkers

 

angstig avontuur bontjes het lachen ideale gezinshond kennelpresentatie sheltie mekka sassafras twee nesten

HET LACHEN

Hoe vreemd het de meer ervaren hondeneigenaars ook moge lijken, een feit is dat vele nieuwelingen het lachen van een hond volkomen verkeerd opvatten en daar ten onrechte een soort dreiging in zien welke hetzij moet worden afgestraft, hetzij het betrokken dier de reputatie van een vals mormel bezorgt. Omdat kynologische tijdschriften aan de hondenlach vrijwel geen aandacht besteden, en er in boeken ook weinig over gelezen kan worden, blijft de onbekendheid voortbestaan. In feite echter is het vermogen tot lachen ייn van de aardigste ontdekkingen welke men aan de eigen hond kan doen. Shelties vormen een ras waarbij het vermogen tot lachen vrij sterk ontwikkeld is, zodat het eerder gewoon dan uitzonderlijk is.

Het vermogen bestaat echter bij heel veel rassen, en natuurlijk ook bij rasloze honden. Ik heb zelfs eens gehoord van een royaal lachende Boxer! Het is ook niet beperkt tot honden, maar komt ook bij andere zoogdieren voor. Ik meen dat het bij paarden niet onbekend is, terwijl het bij apen, speciaal bij mensapen vrij algemeen bekend is. Bij de mens heeft het vermogen tot lachen een eigen ontwikkeling doorgemaakt omdat het menselijke verstand zich sterk ontwikkelde. Bij demens heeft de lach zich gekoppeld aan een gevoel voor humor, maar in aanleg was dat een lach uit blijheid welke zich kon voordoen bij een herkenning of ontmoeting. Men kan dat nog zien bij jonggeborenen in de wieg. Dat is of de hemel open gaat!

Nu behoeft een herkenning of een ontmoeting niet beslist een gevoel van blijheid tot gevolg te hebben. Er kan een gevoel van angst zijn bij opdoemend gevaar, en vrijwel alle zoogdieren hebben geleerd in hun speeltijd als jongdieren (en/of gebaseerd op een erfgeheugen van de soort) hoe zij dan onmiddellijk moeten reageren. Het is echter ook mogelijk dat een ontmoeting een gevoel teweegbrengt wat tussen die beide uitersten in ligt, een reactie van onzekerheid. Is de angst overwonnen, dan.komt bij de ontmoeting met een sterkere of meerdere de neiging tot onderdanigheid naar voren. Bij soorten waarbij het vermogen tot lachen aanwezig is kan zich dat uiten door een onderdanigheidslach of een verlegenheidslachje, een gevolg van een aarzelende blijheid of althans opgeluchtheid. Bij de mens kennen we die vorm van lachen in alle toonaarden, bij het dier is dat natuurlijk veel simpel.

Bij de lach wordt alleen of tenminste in hoofdzaak alleen de bovenlip omhoog getrokken, waardoor de boventanden geheel of gedeeltelijk of ook soms het hele bovengebit ontbloot wordt. Menselijk vertaald zou men kunnen spreken van een verschil tussen glimlachen en uitbundig lachen. Bij het willen dreigen daarentegen zal zeker ook het ondergebit getoond worden. Bij een hond die aanleg tot lachen heeft is het evenwel mogelijk die eigenschap nogal sterk te ontwikkelen, en dan wordt ook de onderlip weggetrokken. Het lachen gaat dikwijls gepaard aan het voortbrengen van (hogere) keelklanken, uitingen van vreugde zoals het zwaaien met de staart of met de gehele achterhand, en soms met zachte en wat hogere gorgelklanken. Het is duidelijk dat dit allemaal uitingen van onvervalste blijheid zijn, en de mensen zullen weinig moeite hBbben dat ook aldus te onderkennen. Het zijn uitingen welke bij dieren voorbehouden zijn voor wat wij hun vrienden of goede bekenden zouden kunnen noemen.

De verlegenheidslach kan meestal ook gemakkelijk door mensen worden herkend, omdat de mens die vorm van lachen zelf ook kent. Echter alleen door mensen die op het vermogen tot lachen bij honden opmerkzaam zijn gemaakt. Bij alle vormen van lachen gaan de oren in

de nek (een onvermijdelijk gevolg van de werking der aangezichtsspieren), maar de verlegenheidslach is doorgaans niet erg uitbundig zodat gewoonlijk niet meer dan de tanden van het bovengebit ontbloot worden. En terwijl de staart meestal tussen de benen gaat, en het achterlichaam iets zakt. De lach in deze vorm treedt op bij onzekerheid, en bij mede-aanwezigheid van vreemden.

De onderdanigheidslach is wat men vertaald naar menselijke begrippen een vals lachje zou kunnen noemen. Er schuilt geen enkele dreiging in, want het toont de bereidheid tot onderwerping, maar het wordt door de mens dikwijls helemaal verkeerd begrepen, misschien juist omdat het meer jegens vreemden dan jegens bekenden wordt getoond. Omdat de hond geen enkel ander signaal van blijheid geeft, ziet de vreemde mens het dan dikwijls als valsheid terwijl het niets anders is dan een uiting van grote onzekerheid gepaard aan goede bedoelingen.

Ons ras bezit het vermogen tot lachen in sterke mate. Zelf vind ik deze bekketrekkerij een van de aardigste eigenschappen van ons ras, omdat het lachen het gevoelen van het dier ten opzichte van de mens bloot geeft. Van de tien Shelties in mijn huis kunnen er acht lachen, al doen zij het zeker niet allemaal in gelijke mate. Alle mensen hier thuis hebben meegewerkt om de aanleg tot lachen tot ontwikkeling te brengen, en wij doen onze best om onze honden voor de rest van hun leven reden tot lachen te blijven geven. Ook een vrijwel tandeloze lach kan dierbaar zijn. Onze eigen ervaring is dat de teefjes sneller en guller en langer lachen dan de reuen. Het komt mij voor dat ook bij de mens er een onderscheid gemaakt kan worden tussen de goedlachsheid van de geslachten.

Door de lach ontstaat een dieper kontakt, niet slechts tussen mensen maar ook tussen Shelties en hun mensen. Laten we hopen dat aan geen enkele Sheltie het lachen door de eigen mensen verleerd wordt.

Rotterdam, 6 augustus 1972

E.O. Henny.


 



         Reacties op de site, vragen en bijdragen in de vorm stukjes, foto's en plaatjes kunt u sturen naar info@sheltiecourant.nl