
WEER THUIS
"Elk voordeel heb z’n nadeel", een nog altijd veelvuldig gehoorde
uitspraak van Johan Cruijff. Ik denk wel eens het omgekeerde: "elk
nadeel heb z’n voordeel". Jarenlang heb ik met veel plezier meer dan één
Sheltie thuis gehad en dat aantal is de laatste jaren geslonken tot
slechts één. Het is echter wel duidelijk een feit, dat dit nadeel ook
z’n voordeel heeft.
Met vakantie gaan was vroeger een toestand, want zo’n stel Shelties bij
elkaar is niet gemakkelijk overal mee heen te nemen. Nu wij nog slechts
dit éne schatje hebben, is dat geen enkel punt meer. Zo zijn we in de
eerste weken van januari op vakantie gegaan naar Zwitserland, naar een
plaats hoog in de bergen, waar we al vele jaren lang enkele weken
doorbrengen. Vroeger stonden we veelvuldig op de lange latten, maar nu
laten we dat aan onze kinderen over en maken lange wandelingen, tot
groot genoegen van onze éne Sheltie Honey. Ze is nu ruim vijf jaar oud,
wordt een tikje meer bedaard, maar is nog steeds een vrolijke Frans, als
je dat zo zou kunnen noemen. Zo’n vakantie, waarin je alle tijd hebt om
je met je hondje bezig te houden, doet je al die speciale Sheltietrekjes
weer duidelijk opmerken.
De tocht er heen - bijna 1000 km - daar doen we een middag en de
volgende morgen over. Ik zit dan achter in de auto met Honey naast me,
want de brede voorbanken van vroeger zijn uit de tijd, daar kan ze
beslist niet lekker haar plaatsje vinden. Natuurlijk wordt er spottend
opgemerkt: "Je lijkt de Koningin wel, zo chique achter in de auto en
manlief achter ‘t stuur". Maar dat is mij wel best, als het hondje maar
comfortabel is. Vroeger werd ze wagenziek, maar dat is helemaal over. Ze
gaat zoetjes liggen slapen en komt slechts overeind als er gestopt
wordt. Bij een koffiestop onderweg krijgen we steevast de vraag van "Hoe
oud is het hondje", want zo’n kleine Lassie kan toch nooit volwassen
zijn. Ik laat me zelden meer verleiden tot een uitleg van dat het een
ander ras is dan een Collie en dat ze precies de goede maat heeft, want
mensen kijken meestal zo ongelovig dat je er achter komt dat een
duidelijk antwoord weinig zin heeft.
We logeren onderweg halverwege de rit en dat laat ze zich rustig
welgevallen. Gaat mee een hapje eten waarbij ze doodgewoon onder de
tafel gaat zitten en eet op onze kamer rustig haar meegenomen hapje van
het bekende merk met de R. Voor de rest van de vakantie krijgt ze de
vacuüm verpakte hap vlees die overal te koop is, maar die ik toch van
thuis mee neem, want je kunt nooit weten. Het merk R, dat diepgevroren
is, is niet te vervoeren. Het alternatief geeft meer ontlasting, maar
daar is dan niet aan te ontkomen. De volgende morgen ontwaakt ze
vrolijk, plast buiten op wat plukjes gras en neemt haar plaats weer in
naast mij achter in de auto. Minder gezellig voor mijn echtgenoot, de
conversatie is ietwat moeilijk, maar het geheel verloopt best vredig.
Het laatste stuk naar boven heeft meer dan 35 scherpe bochten, maar
alles ging weer naar wens en bij het hotel aangekomen
stapt ze als een klein prinsesje uit en zegt oude bekenden minzaam
gedag. We hebben al jaren dezelfde kamer en als we daar zijn
gearriveerd, is ze op haar eigen terrein en produceert wat dreigende
blafjes als er een vreemde binnen komt.
Het vervolg van de bijna drie weken daar is voor haar feest. ‘s Morgens
vroeg heb ik de uitlaatbeurt en dan geniet ze heel erg: Diepe hopen
sneeuw worden tot en met afgesnuffeld en door haar van een
saffraankleurige plas voorzien. Iedereen in Zwitserland let er heel
streng op, dat er geen ontlasting van honden blijft liggen. Er staan
automaten waar je zakjes uit kunt trekken, andere jaren waren ze bruin
maar deze keer had men een vrolijke kleur rood daarvoor bedacht. We
worden als hondenbezitters geacht altijd zo’n zakje voor het grijpen te
hebben, met de hand in de zak het geproduceerde op te rapen, zakje
binnenste buiten en dan maar vrolijk doorwandelen met het slingerende
rode zakje in de hand (wel dicht geknoopt!) totdat er een afvalbak te
gebruiken is. Alles went tenslotte. Ik kan me voorstellen dat de
Zwitsers - hoewel het toerisme daar een nationale sport is - niet blij
zijn met de hoeveelheid hondendrollen die zichtbaar wordt als de sneeuw
is gesmolten.
Iedere morgen gaan we na het ontbijt op stap voor een grote wandeling en
Honey geniet extreem. Eerst in het hotelbusje dat ons naar de bushalte
bracht, ze stuift naar binnen, gaat onmiddellijk op mijn schoot zitten
om de weg af te gluren van links naar rechts. In de grote bus hetzelfde
verhaal, zeer geconcentreerd naar buiten kijken of er ook een
onregelmatigheid te bespeuren valt. Dan naar boven in de "Luftseilbahn".
Boven gekomen zitten we lekker een tijdje in de zon en Honey blijft
keurig onder de tafel gluren, uiteraard aangelijnd, naar alle benen die
voorbij komen. We treffen het met mooi weer, dat is daar geen vast
recept. Je bent wat hijgerig op 2000 meter hoogte, maar ook dat went.
Aan de hond is niets te merken. Als er veel verse sneeuw ligt willen er
wel eens klontjes ijs tussen de teentjes vast gaan zitten. Ze stopt dan
met lopen en blijft staan met een pootje omhoog om bediend te worden.
Een tube Zwitsal die we vroeger bij de baby’s met natte luiers
gebruikten is dan een handige voorzorg. Na enkele weken weer terug thuis
stapt ze rustig uit de auto en racet zodra ze de kans krijgt haar eigen
tuin in om alles te inspecteren en doet alsof ze nooit weg is geweest.
Conclusie: Alle lovende eigenschappen die de Sheltie altijd worden
toegedicht zijn waar: Ze zijn trouw, oplettend, schrander, de "will to
please" is duidelijk aanwezig, ze willen eigenlijk altijd bij je zijn,
zullen zelden op een vervelende manier om aandacht vragen en als ze dat
wél doen, dan is daar een duidelijke reden voor. Men noemt wel eens één
minder prettige eigenschap: ze blaffen veel. Maar vrijwel altijd hebben
ze ook voor dat blaffen een duidelijke reden, alleen kan dat een reden
zijn waar wij als mensen het niet mee eens zijn.
Iemand zei eens: "Laten we over al die goede hoedanigheden niet al te
veel ophef maken, want het klinkt alles zo aanlokkelijk, dat het ras te
populair zou worden en dat kan nooit goed voor het ras van de Shetland
Sheepdog zijn". Daar zit een grote kern van waarheid in. Kijk maar naar
de populariteit van de Collie, nadat de "Lassiefilm" was ontdekt.
Gunstig is dat Shelties gewoonlijk geen erg grote nesten krijgen, een
strop en een rem voor de broodfokkers dus.
De naam "Honey" heb ik niet zelf bedacht, ze heet officieel "Honeysuckle",
Engels voor kamperfoelie. Maar het werd vanzelf "Honey", niet erg
origineel maar wel duidelijk: Gewoon een zoet wezen en derhalve ook een
trouwe kameraad!
Rebecca
|