De Sheltie Courant

voor de Sheltieliefhebber

 


 

 


Start
Algemeen
Rebecca
Gezondheid
Rasstandaard
Shows
Oude doos
Vertelsels
Voor u gelezen
Fokkers

 

bijzondere shows Crufts 2009 ECSSC 2008 ECSSC 2009 staan en betasten tent.agenda '09 winner 1941

STAAN EN BETASTEN

Dit stuk uit "Onze Hond" van januari 1993 is van de hand van Roja van Stoppelenburg. Sommigen zullen zich haar nog herinneren als een keurmeester en als liefhebber van onze Shelties, waarvan zij er jaren lang enkele in haar bezit heeft gehad. Met het oog op het deel nemen aan tentoonstellingen kunnen we waarschijnlijk hier nog wel iets van opsteken.

Een oefening die niet alleen maar met gehoorzaamheidstrainingen te maken heeft. Het correct staan en laten betasten (plus gebit tonen) is een noodzaak voor iedere hond. De perfecte uitvoering van het 'staan en betasten' is zelfs de basis van het showen van een hond en wordt dus ook ijverig geoefend op ringtrainingscursussen. De manier van 'in stand' zetten kan misschien wat verschillen van het laten staan tijdens de gehoorzaamheidslessen, maar de essentie is gelijk: staan, blijven staan tijdens het betasten en het gebit tonen.

NUTTIG
Dat staan iets is dat, net als liggen en zitten, geleerd en geoefend moet worden is voor veel hondenbezitters niet zo vanzelfsprekend. Het staan is een voor alle honden nuttige oefening. Iedere hond moet immers af en toe naar de dierenarts, een aantal rashonden gaat naar de tentoonstelling en een aantal honden beoefent het gehoorzaamheidsprogramma. Keurig blijven staan, je laten betasten door vreemde mensen en zelfs je gebit laten bekijken behoort een welopgevoede hond zonder gespartel te kunnen. Voor de éne hond is deze oefening een stuk moeilijker dan voor de andere. Vooral de specifieke aanleg van het ras kan hier naar voren komen. Toch kan iedere hond, ook de meest 'terughoudende' de kunst meester worden. Er wordt dan misschien wel veel gevraagd van het geduld en het doorzettingsvermogen van de eigenaar, maar het kan.

OOK VOOR DE SHOW
Er waren en zijn nogal wat mensen die niet naar gehoorzaamheids-trainingen gaan met hun rashond, omdat zij denken dat, die hond dan niet meer deugt voor het showwerk. Het argument is dat de hond gaat zitten als er halt gehouden wordt. Dat zou hij dan ook doen op de tentoonstelling en daar is dat niet gewenst. Als men zich wat meer in de gehoorzaamheidsprogramma's zou verdiepen, zou blijken dat juist het stil blijven staan en dan betast worden een serieus onderdeel is, dat even belangrijk is als het zitten en liggen. Voor een tentoonstellingshond is het doelbewust aanleren van het correct staan, het blijven staan tijdens het betasten en het zonder gespartel tonen van het gebit gewoon een noodzaak. Een keurmeester heeft immers maar een paar minuten per te keuren hond beschikbaar en dan moeten die hond en zijn exposant zo goed mogelijk meewerken. Duurt bijvoorbeeld het gebit tonen te lang omdat de hond tegenspartelt, dan zal de keurmeester na een paar pogingen noteren dat het gebit niet te beoordelen is en verder gaan met de volgende hond.

GEEN ZOUTZAK
Als je aan iemand vraagt of de (ongetrainde) hond even mag staan, komt het nogal eens voor, dat de hond overeind wordt gesjord. Als een zoutzak wordt hij dan onder zijn buik opgetild. Het resultaat is dan op zijn gunstigst een hond die staat met een opgetrokken buik en een bolle rug. De hond zelf weet niet goed wat hem overkomt, want wat is 'staan'? De juiste manier om de hond te laten staan, is door hem niet aan te raken en hem gewoon op het commando vanuit 'zit' te laten staan. Dat moet natuurlijk geleerd worden, maar dat is niet moeilijker dan bijvoorbeeld het leren 'liggen'. De moeilijkheid komt pas als de hond moet leren te blijven staan, dat wil zeggen zonder ook maar een poot te verzetten. Van 'liggen' naar lopen is immers minder vanzelfsprekend dan van 'staan' naar lopen! Bij de tentoonstellingshonden moet dan ook geoefend worden dat zij zich in iedere door de exposant gewenste houding laten zetten en bij wijze van spreken daarin 'bevriezen'. Alleen als de hond echt uit evenwicht wordt neergezet zal hij dan een poot verzetten.

NIET LEUK
Staan, blijven staan, je laten betasten en het gebit tonen zijn voor veel honden geen leuke oefeningen. Als trainer kun je proberen het één en ander zo leuk mogelijk te maken door beloningen en aanmoedigingen. Het is en blijft voor de hond echter een niet natuurlijk pakket van oefeningen. Er zijn honden, bijvoorbeeld de meeste Retrievers, die het wel heel prettig vinden om aandacht van vreemden te krijgen. Zij gaan dan nogal eens in de fout, omdat zij de 'betaster' kwispelend tegemoet willen komen en dat is natuurlijk ook weer niet de bedoeling. De meeste honden vinden het staan met wat daar bij komt min of meer onaangenaam, totdat zij de oefening volledig beheersen, dan lijkt het hen onverschillig te laten. Het feit dat het voor de hond niet echt een plezierige oefening is, maakt dat het 'staan en betasten' een goed appèl vereist. De hond moet het doen, omdat u wilt dat hij het doet. En of hij het nu plezierig vindt of niet, is in dit geval niet van belang. Voor de honden van 'terughoudende' rassen geldt dit net zo goed als voor de allemansvrienden.

STA ...
Het aanleren van het staan zonder gesjor gaat het gemakkelijkst als de hond om te beginnen in de zitpositie wordt gebracht. Dan neemt de trainer met het linkerbeen (de hond zit natuurlijk links naast hem of haar) duidelijk een stap naar voren en geeft het commando 'sta'. De hond zal dit zonder meer doen, omdat hij bij het volgen geleerd heeft dat hij bij het links weg stappen moet gaan lopen. De kunst is nu om te voorkomen dat hij ook echt vooruit gaat. Dat gaat het best door hem tijdens het weg stappen en het commando 'sta' onder zijn kin aan zijn halsband te houden. Laat hem zo een paar tellen staan en hef dan de oefening op door hem vrij te geven (in de handen te klappen). Zorg ervoor dat de hond tijdens dit 'vrij' naar je toe speelt, dus niet met andere honden. Het 'vrij' is tevens de beloning voor het staan. Als het goed gaat, wordt de duur van de sta-oefening opgevoerd. Er moet wel steeds opgelet worden dat de hond geen poot vooruit verzet. En dat de trainer steeds de oefening opheft.

OP TAFEL
Kleinere of kortbenige honden kan het staan op tafel aangeleerd worden. Je hoeft dan niet zo diep te bukken en je hebt een betere controle over de hond. Neem een flinke, niet wiebelige tafel en laat de hond zitten. Zeg dan duidelijk 'sta' en trek hem iets naar voren aan de halsband die onder de kin wordt vastgehouden. Voorkom ook bij deze hondjes gesjor en gehijs. Bij de drukke, beweeglijke hondjes moet men zo rustig mogelijk optreden. Rust bij de mens zorgt ook voor rust bij de hond.

De kleine hond moet uiteindelijk stokstijf los op tafel blijven staan zonder een pootje te verzetten. Als de baas hem in een malle houding neerzet moet hij ook in deze houding blijven staan. Als de hond op tafel goed kan staan moet hij het ook op de grond kunnen.

VERVOLG
Als de hond eenmaal weet wat 'sta' betekent, moet hij ook leren zo los, een eindje van zijn baas af te blijven staan. Dit wordt stapsgewijs aangeleerd door steeds een beetje verder bij hem vandaan te gaan. Het beste is om, met het gezicht naar de hond toe, voor hem te gaan staan. De neiging om dan naar de trainer toe te gaan is wel groot, maar aan de andere kant kan deze de hond onmiddellijk corrigeren. Als dit lukt kan de trainer een rondje om de hond lopen, terwijl deze keurig blijft staan. Als dit ook goed gaat, kan er worden overgegaan tot het betasten. Om hieraan te wennen kan de eigenaar van de hond er het beste zelf mee beginnen. Er wordt een rondje om de hond heen gelopen, daarna wordt hij van voren benaderd en begint de trainer hem te betasten en te bekloppen. Er worden pootjes opgetild en op de rug geduwd. Lukt dat dan wordt er 'vrij' gegeven en mag de hond even spelen.

GEBIT TONEN
Dit is alweer een onaangename oefening voor de hond. Wij vinden het ook niet prettig als de tandarts ons gebit bekijkt! De hond kan voor deze oefening het beste in 'zit' worden gebracht, dit veroorzaakt minder gewurm dan het tonen van het gebit in stand. Als de hond zit, moeten de kaken op elkaar gesloten zijn (of worden): let er wel goed op, dat de tong niet tussen de tanden zit. Met de zijkant van de duimen worden nu eerst de lippen aan de voorkant voorzichtig opgetild, zodat de 'keurder' kan zien hoe de voortanden op elkaar staan. Tijdens het optillen van de lippen moet er op gelet worden, dat er geen nagels in het vlees van de hond terechtkomen en dat zijn ogen niet bedekt worden door handen of armen. Nagels in tandvlees of lippen doen natuurlijk pijn en een hand voor de ogen maakt onzeker en angstig. Ook de kiezen moeten zowel links als rechts bekeken worden en ook hier worden de lippen voorzichtig en niet verder dan nodig met de duimen weggeschoven. In het begin kan het tonen van één kant van het gebit al een hele opgaaf voor de hond zijn. Als hij deze 'operatie' dan aan één kant min of meer gelaten heeft ondergaan, moet hij 'vrij' krijgen en beloond worden. Langzamerhand kunnen dan ook de andere kanten van het gebit 'getoond' worden. Om de hond duidelijk te maken wat er gaat gebeuren, zeg ik altijd voor het gefriemel aan zijn mond begint: 'tandjes kijken'. Na een paar keer kent de hond de betekenis van deze woorden en weet hij wat er van hem verlangd wordt.

OMDAT HET MOET
Het zelf betasten van de hond lukt vast wel als de hond eenmaal goed weet wat 'staan' betekent. Het laten betasten door een vreemde kan echter nieuwe problemen opleveren, vooral als de hond behoort tot de Herderachtigen (Belgische Herders, Shetland Sheepdogs enzovoort). Honden van onder andere deze rassen vinden het afschuwelijk om door een vreemde aangeraakt (voor hen 'gepakt') te worden. Het eerste vereiste is dat zij goed kunnen staan, daarna dat zij goed door hun eigen mensen betast kunnen worden (inclusief gebit tonen). Daarna moeten zij op appèl, dus gehoorzaamheid aan de baas, ertoe gebracht worden om door vreemden aangeraakt te worden. Leuk zullen ze het nooit vinden, maar ze zullen moeten leren het over zich heen te laten gaan, omdat het van hun eigenaar MOET. Bij dergelijke honden is rust en consequentie van de baas absoluut noodzakelijk, want zij zullen in het begin steeds proberen onder de oefeningen uit te komen.

FLINKE HOND
Bij mijn eigen honden (ook van dat terughoudende soort) oefen ik het staan en aangeraakt worden door vreemden van jongs af aan. Als er bezoek is, laat ik hen altijd iets lekkers aan de honden geven, zodat de honden leren dat vreemden ook wel eens iets positiefs kunnen opleveren. Het lijkt bij hen ook te helpen om hen in hun eentje de ellende van het staan en betast worden te laten ondergaan. Als ze het staan werkelijk perfect onder de knie hebben, ga ik gewoon een heel eind bij ze vandaan staan. De (enge of bedreigende) vreemde loopt dan rustig een rondje om de hond heen. Omdat ik niet vlak bij de hond in de buurt ben, kan hij ook geen steun bij mij zoeken; dus niet naar me toe schuifelen of tegen me aan gaan hangen. Omdat hij maar al te goed weet dat hij moet blijven staan zal hij dat, ook al is hij onzeker, doen.

Het betasten moet bij een dergelijke hond in het begin even aaien zijn, liefst daar waar de hond deze hand kan zien. Gaat hij toch lopen, dan moet hij op precies dezelfde plaats weer worden neergezet (sta ... ). Van aaien komt dan langzamerhand betasten. Tijdens dit proces zal de hond toch wat flinker worden (of beter onder appèl komen) met als resultaat een perfect uitgevoerd staan en betasten (plus gebit tonen). Het gebit tonen hoeft geen probleem te zijn, omdat de eigenaar op dat moment de enige is die de hond aanraakt. De vreemde mensen mogen alleen maar kijken.

ENTHOUSIASTELINGEN
Een heel ander probleem kan het staan en betasten opleveren voor de enthousiaste allemansvrienden. Zij vinden het heerlijk om aangeraakt te worden en het maakt hen helemaal niet uit door wie. Deze honden willen iedereen begroeten, wat bij het staan en betasten betekent dat zij moeilijk stil kunnen staan. Het staan op zichzelf lukt meestal wel, het rondje om hen heen lopen wordt al moeilijk, maar het betasten is meestal ronduit een probleem. Gelik, gekronkel, gelik, gekwispel en gespring kan de enthousiasteling eigenlijk niet inhouden. Bij hen moet het staan strikt worden aangeleerd. De trainer moet een grote rust uitstralen en zelf niet enthousiast zijn ten opzichte van de hond. Een rustig commando en een vaste manier van doen zijn noodzakelijk. Bij het betasten door de eigenaar moet de hond leren rustig te blijven staan. Praat tijdens het aanraken niet met de hond, kijk min of meer over hem heen en beweeg langzaam. Dit moet thuis met de huisgenoten geoefend worden. Als de oefening gelukt is, moet hij rustig beloond worden (bijvoorbeeld door iets lekkers te geven). Door een vreemde betast worden is voor deze honden zo mogelijk nog leuker dan door zijn eigen mensen. De vreemde die de hond gaat betasten, moet niet tegen hem spreken en zeer zakelijk de nodige handelingen uitvoeren. Dat is de enige manier om de opgewekte hond een beetje in toom te houden.

PEULENSCHILLETJE
Het staan en betasten is voor sommige mensen en honden een peulenschilletje. En voor anderen een bijna niet te overkomen struikelblok. Als het laatste het geval is, moet de moed niet verloren worden, want door kalm te blijven en de oefeningen langzaam op te bouwen, zal ook het staan en betasten vast wel lukken!
 



         Reacties op de site, vragen en bijdragen in de vorm stukjes, foto's en plaatjes kunt u sturen naar info@sheltiecourant.nl