|










| |

STAAN EN BETASTEN
Dit stuk uit "Onze Hond" van januari 1993 is van de hand van Roja van
Stoppelenburg. Sommigen zullen zich haar nog herinneren als een
keurmeester en als liefhebber van onze Shelties, waarvan zij er jaren
lang enkele in haar bezit heeft gehad. Met het oog op het deel nemen aan
tentoonstellingen kunnen we waarschijnlijk hier nog wel iets van
opsteken.
Een
oefening die niet alleen maar met gehoorzaamheidstrainingen te maken
heeft. Het correct staan en laten betasten (plus gebit tonen) is een
noodzaak voor iedere hond. De perfecte uitvoering van het 'staan en
betasten' is zelfs de basis van het showen van een hond en wordt dus ook
ijverig geoefend op ringtrainingscursussen. De manier van 'in stand'
zetten kan misschien wat verschillen van het laten staan tijdens de
gehoorzaamheidslessen, maar de essentie is gelijk: staan, blijven staan
tijdens het betasten en het gebit tonen.
NUTTIG
Dat staan iets is dat, net als liggen en zitten, geleerd en geoefend
moet worden is voor veel hondenbezitters niet zo vanzelfsprekend. Het
staan is een voor alle honden nuttige oefening. Iedere hond moet immers
af en toe naar de dierenarts, een aantal rashonden gaat naar de
tentoonstelling en een aantal honden beoefent het
gehoorzaamheidsprogramma. Keurig blijven staan, je laten betasten door
vreemde mensen en zelfs je gebit laten bekijken behoort een welopgevoede
hond zonder gespartel te kunnen. Voor de éne hond is deze oefening een
stuk moeilijker dan voor de andere. Vooral de specifieke aanleg van het
ras kan hier naar voren komen. Toch kan iedere hond, ook de meest
'terughoudende' de kunst meester worden. Er wordt dan misschien wel veel
gevraagd van het geduld en het doorzettingsvermogen van de eigenaar,
maar het kan.
OOK VOOR DE SHOW
Er waren en zijn nogal wat mensen die niet naar
gehoorzaamheids-trainingen gaan met hun rashond, omdat zij denken dat,
die hond dan niet meer deugt voor het showwerk. Het argument is dat de
hond gaat zitten als er halt gehouden wordt. Dat zou hij dan ook doen op
de tentoonstelling en daar is dat niet gewenst. Als men zich wat meer in
de gehoorzaamheidsprogramma's zou verdiepen, zou blijken dat juist het
stil blijven staan en dan betast worden een serieus onderdeel is, dat
even belangrijk is als het zitten en liggen. Voor een
tentoonstellingshond is het doelbewust aanleren van het correct staan,
het blijven staan tijdens het betasten en het zonder gespartel tonen van
het gebit gewoon een noodzaak. Een keurmeester heeft immers maar een
paar minuten per te keuren hond beschikbaar en dan moeten die hond en
zijn exposant zo goed mogelijk meewerken. Duurt bijvoorbeeld het gebit
tonen te lang omdat de hond tegenspartelt, dan zal de keurmeester na een
paar pogingen noteren dat het gebit niet te beoordelen is en verder gaan
met de volgende hond.
GEEN ZOUTZAK
Als je aan iemand vraagt of de (ongetrainde) hond even mag staan, komt
het nogal eens voor, dat de hond overeind wordt gesjord. Als een zoutzak
wordt hij dan onder zijn buik opgetild. Het resultaat is dan op zijn
gunstigst een hond die staat met een opgetrokken buik en een bolle rug.
De hond zelf weet niet goed wat hem overkomt, want wat is 'staan'? De
juiste manier om de hond te laten staan, is door hem niet aan te raken
en hem gewoon op het commando vanuit 'zit' te laten staan. Dat moet
natuurlijk geleerd worden, maar dat is niet moeilijker dan bijvoorbeeld
het leren 'liggen'. De moeilijkheid komt pas als de hond moet leren te
blijven staan, dat wil zeggen zonder ook maar een poot te verzetten. Van
'liggen' naar lopen is immers minder vanzelfsprekend dan van 'staan'
naar lopen! Bij de tentoonstellingshonden moet dan ook geoefend worden
dat zij zich in iedere door de exposant gewenste houding laten zetten en
bij wijze van spreken daarin 'bevriezen'. Alleen als de hond echt uit
evenwicht wordt neergezet zal hij dan een poot verzetten.
NIET LEUK
Staan, blijven staan, je laten betasten en het gebit tonen zijn voor
veel honden geen leuke oefeningen. Als trainer kun je proberen het één
en ander zo leuk mogelijk te maken door beloningen en aanmoedigingen.
Het is en blijft voor de hond echter een niet natuurlijk pakket van
oefeningen. Er zijn honden, bijvoorbeeld de meeste Retrievers, die het
wel heel prettig vinden om aandacht van vreemden te krijgen. Zij gaan
dan nogal eens in de fout, omdat zij de 'betaster' kwispelend tegemoet
willen komen en dat is natuurlijk ook weer niet de bedoeling. De meeste
honden vinden het staan met wat daar bij komt min of meer onaangenaam,
totdat zij de oefening volledig beheersen, dan lijkt het hen
onverschillig te laten. Het feit dat het voor de hond niet echt een
plezierige oefening is, maakt dat het 'staan en betasten' een goed appèl
vereist. De hond moet het doen, omdat u wilt dat hij het doet. En of hij
het nu plezierig vindt of niet, is in dit geval niet van belang. Voor de
honden van 'terughoudende' rassen geldt dit net zo goed als voor de
allemansvrienden.
STA ...
Het aanleren van het staan zonder gesjor gaat het gemakkelijkst als de
hond om te beginnen in de zitpositie wordt gebracht. Dan neemt de
trainer met het linkerbeen (de hond zit natuurlijk links naast hem of
haar) duidelijk een stap naar voren en geeft het commando 'sta'. De hond
zal dit zonder meer doen, omdat hij bij het volgen geleerd heeft dat hij
bij het links weg stappen moet gaan lopen. De kunst is nu om te
voorkomen dat hij ook echt vooruit gaat. Dat gaat het best door hem
tijdens het weg stappen en het commando 'sta' onder zijn kin aan zijn
halsband te houden. Laat hem zo een paar tellen staan en hef dan de
oefening op door hem vrij te geven (in de handen te klappen). Zorg
ervoor dat de hond tijdens dit 'vrij' naar je toe speelt, dus niet met
andere honden. Het 'vrij' is tevens de beloning voor het staan. Als het
goed gaat, wordt de duur van de sta-oefening opgevoerd. Er moet wel
steeds opgelet worden dat de hond geen poot vooruit verzet. En dat de
trainer steeds de oefening opheft.
OP TAFEL
Kleinere
of kortbenige honden kan het staan op tafel aangeleerd worden. Je hoeft
dan niet zo diep te bukken en je hebt een betere controle over de hond.
Neem een flinke, niet wiebelige tafel en laat de hond zitten. Zeg dan
duidelijk 'sta' en trek hem iets naar voren aan de halsband die onder de
kin wordt vastgehouden. Voorkom ook bij deze hondjes gesjor en gehijs.
Bij de drukke, beweeglijke hondjes moet men zo rustig mogelijk optreden.
Rust bij de mens zorgt ook voor rust bij de hond.
De kleine hond moet uiteindelijk stokstijf los op tafel blijven staan
zonder een pootje te verzetten. Als de baas hem in een malle houding
neerzet moet hij ook in deze houding blijven staan. Als de hond op tafel
goed kan staan moet hij het ook op de grond kunnen.
VERVOLG
Als de hond eenmaal weet wat 'sta' betekent, moet hij ook leren zo los,
een eindje van zijn baas af te blijven staan. Dit wordt stapsgewijs
aangeleerd door steeds een beetje verder bij hem vandaan te gaan. Het
beste is om, met het gezicht naar de hond toe, voor hem te gaan staan.
De neiging om dan naar de trainer toe te gaan is wel groot, maar aan de
andere kant kan deze de hond onmiddellijk corrigeren. Als dit lukt kan
de trainer een rondje om de hond lopen, terwijl deze keurig blijft
staan. Als dit ook goed gaat, kan er worden overgegaan tot het betasten.
Om hieraan te wennen kan de eigenaar van de hond er het beste zelf mee
beginnen. Er wordt een rondje om de hond heen gelopen, daarna wordt hij
van voren benaderd en begint de trainer hem te betasten en te bekloppen.
Er worden pootjes opgetild en op de rug geduwd. Lukt dat dan wordt er
'vrij' gegeven en mag de hond even spelen.
GEBIT TONEN
Dit is alweer een onaangename oefening voor de hond. Wij vinden het ook
niet prettig als de tandarts ons gebit bekijkt! De hond kan voor deze
oefening het beste in 'zit' worden gebracht, dit veroorzaakt minder
gewurm dan het tonen van het gebit in stand. Als de hond zit, moeten de
kaken op elkaar gesloten zijn (of worden): let er wel goed op, dat de
tong niet tussen de tanden zit. Met de zijkant van de duimen worden nu
eerst de lippen aan de voorkant voorzichtig opgetild, zodat de 'keurder'
kan zien hoe de voortanden op elkaar staan. Tijdens het optillen van de
lippen moet er op gelet worden, dat er geen nagels in het vlees van de
hond terechtkomen en dat zijn ogen niet bedekt worden door handen of
armen. Nagels in tandvlees of lippen doen natuurlijk pijn en een hand
voor de ogen maakt onzeker en angstig. Ook de kiezen moeten zowel links
als rechts bekeken worden en ook hier worden de lippen voorzichtig en
niet verder dan nodig met de duimen weggeschoven. In het begin kan het
tonen van één kant van het gebit al een hele opgaaf voor de hond zijn.
Als hij deze 'operatie' dan aan één kant min of meer gelaten heeft
ondergaan, moet hij 'vrij' krijgen en beloond worden. Langzamerhand
kunnen dan ook de andere kanten van het gebit 'getoond' worden. Om de
hond duidelijk te maken wat er gaat gebeuren, zeg ik altijd voor het
gefriemel aan zijn mond begint: 'tandjes kijken'. Na een paar keer kent
de hond de betekenis van deze woorden en weet hij wat er van hem
verlangd wordt.
OMDAT HET MOET
Het zelf betasten van de hond lukt vast wel als de hond eenmaal goed
weet wat 'staan' betekent. Het laten betasten door een vreemde kan
echter nieuwe problemen opleveren, vooral als de hond behoort tot de
Herderachtigen (Belgische Herders, Shetland Sheepdogs enzovoort). Honden
van onder andere deze rassen vinden het afschuwelijk om door een vreemde
aangeraakt (voor hen 'gepakt') te worden. Het eerste vereiste is dat zij
goed kunnen staan, daarna dat zij goed door hun eigen mensen betast
kunnen worden (inclusief gebit tonen). Daarna moeten zij op appèl, dus
gehoorzaamheid aan de baas, ertoe gebracht worden om door vreemden
aangeraakt te worden. Leuk zullen ze het nooit vinden, maar ze zullen
moeten leren het over zich heen te laten gaan, omdat het van hun
eigenaar MOET. Bij dergelijke honden is rust en consequentie van de baas
absoluut noodzakelijk, want zij zullen in het begin steeds proberen
onder de oefeningen uit te komen.
FLINKE HOND
Bij mijn eigen honden (ook van dat terughoudende soort) oefen ik het
staan en aangeraakt worden door vreemden van jongs af aan. Als er bezoek
is, laat ik hen altijd iets lekkers aan de honden geven, zodat de honden
leren dat vreemden ook wel eens iets positiefs kunnen opleveren. Het
lijkt bij hen ook te helpen om hen in hun eentje de ellende van het
staan en betast worden te laten ondergaan. Als ze het staan werkelijk
perfect onder de knie hebben, ga ik gewoon een heel eind bij ze vandaan
staan. De (enge of bedreigende) vreemde loopt dan rustig een rondje om
de hond heen. Omdat ik niet vlak bij de hond in de buurt ben, kan hij
ook geen steun bij mij zoeken; dus niet naar me toe schuifelen of tegen
me aan gaan hangen. Omdat hij maar al te goed weet dat hij moet blijven
staan zal hij dat, ook al is hij onzeker, doen.
Het betasten moet bij een dergelijke hond in het begin even aaien zijn,
liefst daar waar de hond deze hand kan zien. Gaat hij toch lopen, dan
moet hij op precies dezelfde plaats weer worden neergezet (sta ... ).
Van aaien komt dan langzamerhand betasten. Tijdens dit proces zal de
hond toch wat flinker worden (of beter onder appèl komen) met als
resultaat een perfect uitgevoerd staan en betasten (plus gebit tonen).
Het gebit tonen hoeft geen probleem te zijn, omdat de eigenaar op dat
moment de enige is die de hond aanraakt. De vreemde mensen mogen alleen
maar kijken.
ENTHOUSIASTELINGEN
Een heel ander probleem kan het staan en betasten opleveren voor de
enthousiaste allemansvrienden. Zij vinden het heerlijk om aangeraakt te
worden en het maakt hen helemaal niet uit door wie. Deze honden willen
iedereen begroeten, wat bij het staan en betasten betekent dat zij
moeilijk stil kunnen staan. Het staan op zichzelf lukt meestal wel, het
rondje om hen heen lopen wordt al moeilijk, maar het betasten is meestal
ronduit een probleem. Gelik, gekronkel, gelik, gekwispel en gespring kan
de enthousiasteling eigenlijk niet inhouden. Bij hen moet het staan
strikt worden aangeleerd. De trainer moet een grote rust uitstralen en
zelf niet enthousiast zijn ten opzichte van de hond. Een rustig commando
en een vaste manier van doen zijn noodzakelijk. Bij het betasten door de
eigenaar moet de hond leren rustig te blijven staan. Praat tijdens het
aanraken niet met de hond, kijk min of meer over hem heen en beweeg
langzaam. Dit moet thuis met de huisgenoten geoefend worden. Als de
oefening gelukt is, moet hij rustig beloond worden (bijvoorbeeld door
iets lekkers te geven). Door een vreemde betast worden is voor deze
honden zo mogelijk nog leuker dan door zijn eigen mensen. De vreemde die
de hond gaat betasten, moet niet tegen hem spreken en zeer zakelijk de
nodige handelingen uitvoeren. Dat is de enige manier om de opgewekte
hond een beetje in toom te houden.
PEULENSCHILLETJE
Het staan en betasten is voor sommige mensen en honden een
peulenschilletje. En voor anderen een bijna niet te overkomen
struikelblok. Als het laatste het geval is, moet de moed niet verloren
worden, want door kalm te blijven en de oefeningen langzaam op te
bouwen, zal ook het staan en betasten vast wel lukken!
|
|